Nieuws

Is hoger beroep ook mogelijk bij deelbetalingen in eerste aanleg?

Wanneer is hoger beroep mogelijk in burgerlijke zaken? Het is een vraag die soms eenvoudiger is dan ze lijkt. Het antwoord wordt geboden door een aantal artikelen uit het Gerechtelijk Wetboek samen te lezen. Zo bepaalt artikel 617, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek dat “de vonnissen van de rechtbank van eerste aanleg en van de rechtbank van koophandel, waarbij uitspraak wordt gedaan over een vordering waarvan het bedrag 2.500 euro niet overschrijdt, worden gewezen in laatste aanleg.” Hoe moet men nu bepalen of “een vordering het bedrag van 2500 euro overschrijdt”? Stel bijvoorbeeld dat in eerste aanleg een schadevergoeding van 85000 euro wordt gevraagd in hoofdsom en interesten. Tijdens de procedure in eerste aanleg wordt 83000 euro betaald door de verweerder, waardoor bij de laatste conclusies nog volgend bedrag wordt gevorderd door de eisende partij: “85000 euro na aftrek van het bedrag van 83000 euro dat in de loop van de procedure werd betaald”. Wat is dan de waarde van de vordering: 85000 euro of 2000 euro?

Welnu, een arrest van het Hof van Beroep van 5 november 2014 brengt raad (AB Wegenbouw NV t./ To Sign BVBA, rolnummer 2012/AR/1690): bij een betaling hangende de procedure in eerste aanleg, moet daar wel degelijk rekening mee worden gehouden. In het arrest van 5 november 2014 werd dit als volgt geformuleerd door het Hof van Beroep: “Bij het dictum van de laatste syntheseconclusies van de geïntimeerde, neergelegd ter zitting van de 1ste kamer van de rechtbank van koophandel te Gent op 30 maart 2012 heeft zij uiteindelijk als volgt gevorderd: ‘… Dienvolgens de verweerster te veroordelen tot het betalen aan concluante van de som van € 3.981,49 meer de gerechtelijke interesten, meer de kosten van het geding, met inbegrip van de wettelijk geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding. Akte te nemen van de betaling van verweerster d.d. 08.02.2012 ten belope van € 2.904,00, som in welke in mindering dient worden gebracht.’ Wat de appellant ook moge beweren, in het licht van de hiervoor aangehaalde toepasselijke rechtsregels kan te dezen een dergelijke – door de geïntimeerde bij laatste conclusies voor de eerste rechter (gereduceerde) vordering – enkel zinvol worden begrepen als een vordering die uiteindelijk nog het bedrag bedroeg van 1077,49 EUR in hoofdsom. […] De eerste rechter heeft derhalve in eerste en laatste aanleg beslist.

In ons voorbeeld hierboven is de waarde van de vordering dus 2000 euro en is hoger beroep niet meer mogelijk.